De witkeel toekan (en toekans in het algemeen) is bekend om zijn reusachtige, maar lichte snavel die als airco fungeert, hij eet fruit en insecten, is monogaam, maakt lawaai met zijn snavel en klettert en leeft in tropische regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika. Zijn snavel helpt hem niet alleen bij het plukken van voedsel, maar ook bij het afkoelen van zijn lichaam, terwijl hij met zijn pootjes acrobatisch van tak naar tak huppelt.
Kenmerken
- Snavel: Groot, licht (hol van binnen) en dient als koelsysteem, een soort ingebouwde airconditioning.
- Uiterlijk: Glanzend zwarte rugveren, vaak een bontgekleurd borstkleed, korte vleugels en een lange staart.
- Grootte: Variërend, maar kan tot wel 60 cm lang worden.
- Voeten: Spechtachtige poten, met twee tenen naar voren en twee naar achteren, perfect om te balanceren.
Leefwijze
- Voedsel: Voornamelijk fruit, maar ook insecten, kleine reptielen en zelfs eieren.
- Geluid: Maakt 'kletterende' en 'klepperende' geluiden met zijn snavel en kan hard schreeuwen.
- Sociaal: Leeft vaak in kleine groepjes en is monogaam; eenmaal een partner gevonden, blijven ze samen.
- Vliegen: Heeft een golvende vlucht met korte vleugelslagen en zweefvluchten.
Broeden
- Nest: Maakt geen eigen hol, maar gebruikt bestaande boomholtes, soms verlaten termietenheuvels.
- Zorg: Beide ouders zorgen voor de jonge, blinde en kale kuikens.
Overige weetjes
- Herkomst: Midden- en Zuid-Amerika.
- Bijgeloof: Sommige culturen associëren de toekan met kwade geesten.