De neushoornslang (Gonyosoma boulengeri) is een niet-giftige rattenslang die bekend staat om zijn opvallende, hoornachtige uitsteeksel op de snuit en zijn verbluffende kleurverandering naarmate hij ouder wordt.
Weetjes over de neushoornslang
- De "hoorn": Het meest opmerkelijke kenmerk is een met schubben bedekt, puntig uitsteeksel op de punt van zijn snuit, waaraan hij zijn naam dankt. De precieze functie van deze hoorn is nog onbekend, hoewel theorieën variëren van het "schermen" met rivalen tijdens de paring tot simpelweg een onbekend evolutionair doel.
- Kleurverandering: Neushoornslangen ondergaan een drastische kleurverandering naarmate ze ouder worden. Pasgeboren slangen zijn bruingrijs, maar na ongeveer een jaar worden ze staalgrijs, om uiteindelijk op ongeveer tweejarige leeftijd een levendige blauwgroene of groene kleur te krijgen.
- Habitat: De slang is inheems in de subtropische regenwouden van Noord-Vietnam en Zuid-China, waar hij vaak in de buurt van beken en meren te vinden is. Ze leven voornamelijk in bomen, maar zijn ook goede zwemmers.
- Gedrag: Het is een overwegend nachtactieve (nocturne) en in bomen levende (arboreale) soort. Hoewel ze langzaam bewegen, kunnen ze bliksemsnel toeslaan.
- Dieet: Neushoornslangen jagen op kleine gewervelde dieren, waaronder knaagdieren, vogels en mogelijk kikkers en vissen.
- Grootte: Volwassen exemplaren zijn meestal tussen de 100 en 120 centimeter lang, maar ze kunnen een lengte van 150 centimeter bereiken.
- Voortplanting: Ze leggen eieren (ovipaar). Een legsel bestaat meestal uit vijf tot tien eieren, die na ongeveer 60 dagen uitkomen.