Het bruinbehaard gordeldier (Chaetophractus villosus) is een actieve graver uit Zuid-Amerika, bekend om zijn pantser met lange stijve haren en het vermogen zich bij gevaar op te rollen. Deze alleseters leven in droge gebieden, zijn uitstekende lopers en kunnen eeneiige vierlingen ter wereld brengen.
Hier zijn de interessantste weetjes over het bruinbehaard gordeldier:
- Uiterlijk en Pantser: Ze hebben een lengte van 22 tot 40 cm (plus staart) en wegen 1 tot 3 kg. Het pantser bestaat uit ongeveer 18 banden, waarvan er 7 of 8 scharnieren, waardoor ze zich als een bal kunnen oprollen om hun zachte, behaarde buik te beschermen.
- Beharing: In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, zijn ze niet volledig bruin, maar steken er lange, stijve haren tussen de pantserplaten uit.
- Dieet en Leefwijze: Het zijn alleseters (omnivoor) die vooral 's nachts actief zijn in de zomer en overdag in de winter. Ze eten insectenlarven, knaagdieren, planten, vruchten en aas.
- Graafspecialist: Ze graven holen voor voedsel, schuilplaatsen en afkoeling in woestijnachtige gebieden. Hun snuit is lang en gevoelig om insecten op te sporen, soms tot 20 cm onder de grond.
- Voortplanting: Ze staan bekend om het produceren van eeneiige vierlingen, wat genetisch identieke jongen oplevert.
- Leefgebied: Ze komen voornamelijk voor in Argentinië, Bolivia en Paraguay, vaak op pampa's en savannes.
- Bijzonderheid: Naast de mens is het gordeldier een van de weinige zoogdieren die lepra kan overdragen.