De groene boompython (Morelia viridis) is een niet-giftige wurgslang uit de regenwouden van Nieuw-Guinea en Australië, beroemd om zijn felgroene kleur, maar jongen zijn vaak geel of rood. Ze zijn typische boombewoners die 's nachts jagen en overdag in een 'S'-vorm op een tak rusten, waarbij ze hun kop in het midden houden, en gebruiken soms hun staartpunt om hagedissen te lokken. Deze slangen 'zien' warmte van prooien met speciale organen, eten vogels, hagedissen en knaagdieren, en leven het grootste deel van hun leven in bomen.

 

Weetjes over de groene boompython

  • Kleurverandering: Juvenielen zijn geel of rood en veranderen naar groen naarmate ze ouder worden, een proces waarvan de exacte reden nog niet volledig bekend is.
  • Jachttechniek: Ze zijn schemer- en nachtactief en gebruiken hun staartpunt (die eruitziet als een worm) om hagedissen te lokken.
  • S-Houding: Ze rusten overdag in een opvallende 'S'-vorm op een tak, met hun kop centraal in de windingen.
  • Warmtezicht: Ze bezitten speciale organen in hun kop waarmee ze de warmte van prooien kunnen 'zien', wat helpt bij de nachtelijke jacht.
  • Leefomgeving: Ze brengen bijna hun hele leven in bomen door, inclusief jagen, paren en eieren leggen.
  • Niet giftig: Het is een wurgslang die prooien doodt door wurging, niet door gif.
  • Voedsel: In het wild jagen ze op kleine vogels, reptielen en knaagdieren; in gevangenschap worden ze gevoed met muizen en ratten.
  • Territorium: Vrouwtjes houden een territorium aan, terwijl mannetjes meer rondzwerven, en ze leggen gemiddeld maar zeven meter per dag af.