De 'blauwvleugel gans' is eigenlijk de donkere vorm van de Sneeuwgans (Anser caerulescens) en wordt ook wel 'blauwe fase' genoemd; het zijn prachtige, waakzame watervogels die in kolonies broeden op de toendra, een witte kop hebben en een blauwgrijs lichaam met donkere vleugels, en bekend staan om hun luide alarmkreten, maar ook als waakdieren door de Romeinen werden ingezet.
Kenmerken & Uiterlijk
- Kleuren: Ze komen in een witte en een donkergrijze 'blauwe' variant, waarbij de blauwe gans een bruingrijze romp en donkere vleugels heeft, maar een witte kop en hals, net als de witte gans.
- Snavel & Poten: Roze snavel en poten, met een karakteristieke zwarte snijrand (hoek) op de ondersnavel, wat een grijns lijkt.
- Grootte: Een middelgrote gans, met een spanwijdte van ongeveer 133-156 cm.
Leefwijze & Voortplanting
- Broeden: Ze broeden in grote kolonies op de toendra en leggen 4-5 eieren, die door het vrouwtje worden uitgebroed.
- Jongen: De kuikens verlaten het nest snel, maar zijn pas na 40-50 dagen vliegvlug.
- Voedsel: Voornamelijk vegetarisch, eet gras, planten en wortels.
Interessante Weetjes
- Onderscheid: Vroeger werden de witte en blauwe fase als twee verschillende soorten gezien, maar het is één soort met kleurvarianten.
- Waakzaam: Ganzen zijn extreem waakzaam en waarschuwden al in de Romeinse tijd voor gevaar, vandaar hun gebruik als 'waakhond'.
- Naam: De wetenschappelijke naam caerulescens betekent hemelsblauw, een verwijzing naar de donkere kleur.