De cactusmuis (Peromyscus eremicus) is een kleine, woestijnbewonende knaagdierachtige uit het zuidwesten van de Verenigde Staten en Noord-Mexico. Ze zijn meesters in overleven in extreme hitte en droogte.
Extreme overlevers in de woestijn
- Water- en vetmanagement: Ze halen hun vocht uit zaden, cactusvruchten en insecten. Hun nieren zijn zo efficiënt dat ze hun urine extreem kunnen concentreren om waterverlies tot een minimum te beperken.
- Metabolisme: Ze hebben een ongewoon laag metabolisme, waardoor ze minder energie en water nodig hebben dan andere muizensoorten.
Gedrag en leefstijl
- Nachtdieren: Omdat ze in de hete woestijn leven, zijn ze strikt nachtactief. Overdag slapen ze in koele rotsspleten, onder cactussen of in verlaten holen.
- Zomerslaap (aestivatie): Bij extreme voedselschaarste of hitte in de zomer kunnen ze in een soort zomerslaap (torpor) gaan om energie te besparen.
- Klimmers: Ze hebben langere staarten en blote zolen onder hun achterpoten, wat hen helpt bij het klimmen in rotsachtige gebieden en struiken.
Natuurlijke vijanden en voortplanting
- Jagers: Ze staan op het menu van nachtelijke jagers zoals uilen, slangen (waaronder ratelslangen), coyotes en vossen. Om te ontsnappen kunnen ze snelheden tot wel 13 km/u halen.
- Nestjes: Door hun lage stofwisseling kunnen vrouwtjes minder zogen; ze krijgen gemiddeld slechts 2 tot 3 jongen per worp.
- Levensduur: In het wild worden ze gemiddeld ongeveer een jaar oud, maar in gevangenschap kunnen ze wel zeven jaar oud worden.