De groene baviaan (ook bekend als anubisbaviaan of Papio anubis) is een fascinerende primaat uit West- en Noordoost-Afrika. Hier zijn de leukste en opmerkelijkste weetjes:
- Naamgeving: De naam "anubisbaviaan" komt van de Egyptische god Anubis, omdat hun snoet doet denken aan de jakhalskop van deze godheid. De olijfgroene, gespikkelde vacht zorgt voor de naam 'groene' baviaan.
- Hondachtig uiterlijk: Groene bavianen hebben een opvallend lange snuit, die erg op die van een hond lijkt.
- Grote troepen: Ze leven in complexe, sociale groepen (troepen) die meestal uit 20 tot 50 dieren bestaan, maar soms wel tot 150 of zelfs 200 individuen kunnen tellen.
- Bijna alleseters (Omnivoor): Het dieet is zeer gevarieerd: gras, knoppen, bladeren, fruit, wortels, bloesems, insecten en kleine gewervelde dieren (zoals hagedissen en jonge gazellen).
- Gevaarlijke hoektanden: Mannetjes hebben indrukwekkende, lange hoektanden, die groter kunnen zijn dan die van veel roofdieren, wat nodig is om zichzelf te verdedigen in hun grotendeels bodembewonende bestaan.
- Overleving in droogte: Ze kunnen gedurende langere periodes overleven zonder water door dauw van hun vacht te likken.
- Verstoorder van de landbouw: Omdat ze hun dieet gemakkelijk aanpassen, eten ze vaak landbouwgewassen, waardoor ze in sommige streken als plaagdieren worden beschouwd.
- Communicatie: Ze gebruiken meer dan 30 verschillende manieren van communicatie, variërend van grommen, blaffen en schreeuwen tot non-verbale gebaren zoals geeuwen of lippen smakken.
- Rode billen: De opvallende rode billen (zitkussens) worden door vrouwtjes gebruikt als signaal om aan te geven dat ze bereid zijn om te paren.
- Levensverwachting: In het wild kunnen groene bavianen tot ongeveer 30 jaar oud worden.
Geslachtsverschil: Mannetjes zijn aanzienlijk groter en zwaarder (soms twee keer zo zwaar) dan vrouwtjes en hebben een dikke grijze kraag