De Grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) is een van de grootste insecten in Nederland en België, bekend om zijn luide "naaimachine-achtige" ratel in de zomer. Ondanks hun sabelachtige legboor kunnen ze niet steken, maar wel venijnig bijten. Het zijn nuttige, carnivore jagers die vliegen en rupsen eten.
Hier zijn de interessantste weetjes:
- Grootste testikels: Sabelsprinkhanen (in het bijzonder de soort Platycleis affinis) hebben in verhouding tot hun lichaamsgewicht de grootste testikels van alle bekende dieren, goed voor 14% van hun lichaamsgewicht.
- Gehoor op de knie: Sabelsprinkhanen horen niet met hun kop, maar met hun voorpoten. De gehoororganen zitten net onder de knie.
- Geen steker, wel een bijter: De 'sabel' van het vrouwtje is een legboor (maximaal 4 cm) om eitjes in de grond of boomschors te leggen, geen angel. Ze kunnen echter wel hard bijten als ze zich bedreigd voelen.
- Luidruchtige nazomer: Mannetjes produceren vanaf de namiddag tot diep in de nacht een luid, scherp ratelend geluid door hun voorvleugels over elkaar te wrijven. Dit geluid kan tot wel 100 meter ver dragen.
- Jagers in het struweel: Ze zijn minder planteneter dan gedacht. Ze jagen actief op vliegen, rupsen en zelfs andere, kleinere sprinkhanen met hun stekelige voorpoten.
- Goede vliegers: Hoewel ze vaak wandelen, kunnen ze met hun lange vleugels (tot wel 8 cm spanwijdte) verrassend goed vliegen, vaak met een helikopterachtige vlucht.
- Camouflage: Ze zijn vaak egaal groen met een bruine rugstreep, waardoor ze perfect gecamoufleerd zijn in struiken en hoge grassen.
Ze zijn algemeen in Nederland en België, vaak te vinden in zonnige tuinen, ruige bermen en struwelen.