De woestijnsprinkhaan (Schistocerca gregaria) is een van de meest beruchte sprinkhanensoorten ter wereld, vooral vanwege de enorme schade die zwermen kunnen aanrichten. Hier zijn enkele fascinerende weetjes:

Levenswijze en Zwermgedrag

  • Gedaanteverwisseling: Woestijnsprinkhanen kennen twee fasen: de solitaire fase (alleenlevend, groen/bruin) en de gregarische fase (zwermend, geel/roze).
  • Gedaanteverwisseling door droogte: Wanneer het na een lange droogte plotseling hard regent in de woestijn, ontstaat er veel vegetatie. Dit zorgt voor een explosieve voortplanting. Als het voedsel daarna schaarser wordt, gaan de sprinkhanen bij elkaar zitten en veranderen ze van gedrag en kleur.
  • Kannibalisme als drijfveer: Zwermen bewegen niet omdat ze een leider hebben, maar omdat ze elkaar opjagen. Kannibalisme is een belangrijke motor achter de gecoördineerde beweging van een zwerm.
  • Enorme eetlust: Een zwerm van 1 vierkante kilometer kan per dag evenveel voedsel verorberen als 35.000 mensen.
  • Grote afstanden: Ze kunnen tot wel 130 kilometer per dag afleggen en zwermen kunnen honderden vierkante kilometers groot worden.

Fysieke kenmerken

  • Kleurverandering: Volwassen zwermende woestijnsprinkhanen zijn vaak felgeel, terwijl de solitaire vorm camouflagekleuren heeft.
  • Afmeting: Een volwassen woestijnsprinkhaan is ongeveer 6 cm lang.
  • Springkracht: Ze kunnen tot wel 20 keer hun eigen lichaamslengte ver springen.
  • Ogen: Ze hebben grote, opvallende ogen op hun kop.

Impact en Voeding

  • Voedselbron: Hoewel ze berucht zijn als plaag, zijn woestijnsprinkhanen ook rijk aan eiwitten en worden ze gebruikt als voedseldier voor reptielen en amfibieën, en soms ook voor menselijke consumptie.
  • Plagen: De voedsel- en landbouworganisatie van de VN (FAO) beschouwt de zwermen als een van de meest verwoestende plagen ter wereld, die ernstige hongersnood kunnen veroorzaken.
  • Geen ziektes: Ondanks hun grote aantal verspreiden woestijnsprinkhanen geen ziektes.

Levensduur

  • Levensduur: Volwassen mannetjes leven vaak maximaal twee maanden, terwijl vrouwtjes drie tot zes maanden kunnen leven, afhankelijk van de temperatuur en voedselbeschikbaarheid.