De babiroesa (ook wel hertenzwijn) is een opvallend wild varken uit Indonesië. Ze staan vooral bekend om hun bizarre, naar achteren gekrulde slagtanden die door hun eigen snuit groeien. 

Leuke en unieke weetjes:

 

  • Doorborende tanden: De bovenste slagtanden van het mannetje groeien niet naar beneden, maar door de huid van de snuit heen, om vervolgens richting de ogen te krullen. 
  • Gevaar voor eigen schedel: Als de tanden van de mannetjes niet afslijten door vechten of wrijven, kunnen ze door blijven groeien en in een bocht uiteindelijk in hun eigen schedel terechtkomen.
  • Niet wroeten: Door deze enorme tanden kunnen ze (in tegenstelling tot normale varkens) niet in de aarde wroeten om voedsel te zoeken. Ze eten voornamelijk fruit, noten, bladeren en insecten die ze op de grond vinden. 
  • Primitieve varkens: Ze hebben maar twee tepels. Hierdoor krijgen ze per keer meestal maar één of twee jongen. 
  • De naam: Het woord 'babiroesa' komt uit het Indonesisch en is een combinatie van babi (varken) en rusa (hert).