De Siberische wezel (Mustela sibirica), ook wel bekend als de kolonok, is een fascinerend roofdier uit de marterfamilie. Hier zijn de leukste en opvallendste weetjes:
- Opvallende kleur: In tegenstelling tot veel andere wezels die in de winter wit worden, heeft de Siberische wezel een opvallende, heldere, roodachtig-gele tot oranjebruine vacht.
- "Masker" en staart: Ze hebben een donker "masker" rond de ogen en een opvallend lange, borstelige staart, die vaak even lang of langer is dan de helft van hun lichaamslengte.
- Grootte en gewicht: Mannetjes zijn aanzienlijk groter dan vrouwtjes, met een kop-romplengte van 28-39 cm en een gewicht tot ruim 800 gram.
- Verspreidingsgebied: Zoals de naam al zegt, leven ze in Siberië, maar ook in grote delen van Azië, waaronder China, Korea en Japan.
- Habitat: Ze zijn erg flexibel en leven in verschillende omgevingen, zoals bossen, bossteppen en nabij waterwegen.
- Dieet en jacht: Het zijn zeer behendige jagers die dagelijks veel voedsel nodig hebben, vaak jagen ze op knaagdieren. Ze zijn ook uitstekende zwemmers en klimmers.
- Stinkdier-truc: Bij gevaar kunnen ze een stinkende vloeistof afscheiden uit hun anaalklieren, net als stinkdieren.
- Penseelhaar: De staartharen van de Siberische wezel staan bekend als "kolinsky" en worden gebruikt voor het maken van hoogwaardige penselen voor kunstschilders.
- Actief en theatraal: Ze zijn vooral overdag actief en wisselen korte jachtpartijen af met korte rustpauzes.