De Tasmaanse duivel (Sarcophilus harrisii) is 's werelds grootste vleesetende buideldier, bekend om zijn extreem krachtige kaken, spookachtige nachtelijke geschreeuw en zwarte vacht. Deze solitaire aaseters leven voornamelijk op het Australische eiland Tasmanië en staan bekend om hun vermogen om hele karkassen – inclusief botten – te verslinden.

Hier zijn enkele fascinerende weetjes over de Tasmaanse duivel:

  • Uitzonderlijke Bijtkracht: In verhouding tot hun lichaamsgrootte hebben ze de sterkste beet van alle zoogdieren. Hun kaken kunnen botten verbrijzelen en hun bek kan tot een hoek van 
     
     graden opengaan.
  • "Duivels" Geluid: Hun naam danken ze aan vroege kolonisten die hun angstaanjagende gekrijs, gegrom en gesnauw in de nacht hoorden en dachten dat het demonen waren.
  • Bijzondere Buidel-biologie: Het vrouwtje baart tot wel 20-40 jongen, maar ze heeft slechts vier tepels in haar buidel. Alleen de sterkste jongen overleven de tocht naar de buidel.
  • Eten Alles: Het zijn "opruimploegen" van de natuur. Ze eten aas (dode dieren), maar ook insecten, hagedissen en kleine kangoeroes (wallabies).
  • Bedreigde Status: Sinds 1996 wordt de soort bedreigd door Devil Facial Tumour Disease (DFTD), een besmettelijke vorm van gezichtskanker die zich verspreidt door bijten tijdens gevechten om voedsel.
  • Solitair maar Luidruchtig: Ze leven alleen, maar drommen samen rond een grote prooi, waarbij ze luidruchtig kibbelen om de hiërarchie te bepalen.
  • Stinkend Verdedigingsmechanisme: Bij angst of stress scheiden ze een zeer sterke, stinkende geur af