De tapijtpython (Morelia spilota) is een prachtige wurgslang uit Australië en Nieuw-Guinea die bekend staat om zijn schitterende, ruitvormige patroon. Ze worden in het wild vaak tussen de 2 en 3 meter lang en jagen voornamelijk op vogels, knaagdieren en buideldieren. 

Hier zijn een paar opvallende en leuke weetjes over deze slang:

  • Warmtecamera's: Net als andere pythons heeft de tapijtpython speciale groefjes rond zijn bek. Hiermee kan hij infraroodstraling (warmte) "zien", waardoor hij in het pikkedonker feilloos warmbloedige prooien kan opsporen. 
  • Klimspecialist: Het is een half-boombewonende slang (semi-arboreaal). Ze hebben een krachtige grijpstaart waarmee ze gemakkelijk door takken manoeuvreren om op vogels te jagen of te zonnen.
  • Geen gif, wel scherp: Het is een wurgslang. Ze doden hun prooi door zich eromheen te wikkelen. Omdat ze in bomen jagen, hebben ze een flink aantal scherpe tanden om een spartelende prooi goed vast te kunnen grijpen tijdens het wurgen.
  • Verschillende varianten: De soort kent veel ondersoorten die erg in grootte en kleur kunnen verschillen, zoals de Jungle tapijtpython met zijn opvallende zwart-gele patronen, en de Kust tapijtpython die veel groter kan worden.
  • Moederinstinct: In tegenstelling tot veel andere slangen die hun eieren gewoon achterlaten, kronkelt de vrouwtjestapijtpython zich om haar eieren heen. Ze kan haar spieren laten trillen om warmte op te wekken, waardoor ze de eieren als het ware 'uitbroedt'.