De secretarisvogel is een grote, landbewonende roofvogel uit Afrika, bekend om zijn lange poten waarmee hij slangen en insecten doodtrapt (tot wel 100 keer per seconde!). Hij dankt zijn naam aan de kuif van veren die lijken op schrijfpennen van een secretaresse. Deze vogel bouwt grote nesten in acaciabomen, is monogaam en jaagt voornamelijk op de grond, waarbij hij grote afstanden aflegt.
Kenmerken en uiterlijk
- Grootte: Wordt tot 1,5 meter hoog met een spanwijdte tot 2 meter.
- Verenkleed: Grijs, met zwarte 'broek' (poten) en vleugelpunten, en een kuif van zwarte veren op de kop.
- Poten: Lang, krachtig en bedekt met schubben voor bescherming tegen slangenbeten, met schubachtige bescherming tot aan de buik, vandaar de 'broek'.
Jacht en dieet
- Jachtmethode: Loopt op de grond en trapt zijn prooi dood met zijn krachtige poten, soms wel 3-4 keer achter elkaar in 15 milliseconden.
- Voedsel: Slangen (ook giftige), hagedissen, insecten (sprinkhanen, kevers), schildpadden, knaagdieren en kleine vogels.
- Unieke vaardigheid: Kan slangen laten vallen vanuit de lucht om ze te verzwakken, hoewel andere roofvogels de prooi soms stelen.
Leefwijze
- Leefgebied: Open graslanden en savannes in Afrika ten zuiden van de Sahara.
- Nesten: Bouwen enorme nesten (tot 2,5 meter breed) in acaciabomen.
- Sociaal: Monogaam, blijft vaak een leven lang bij dezelfde partner.
Naamgeving
- "Secretaris": Verwijst naar de veren op de kop die lijken op de schrijfpennen van oude secretarissen.
- Latijnse naam: Sagittarius serpentarius, wat "slangenboogschutter" betekent, verwijzend naar het jagen op slangen.
Culturele betekenis
- Wordt gezien als nuttig bij Afrikaanse volkeren en staat op de wapens van Sudan en Zuid-Afrika.