De bosuil is de meest voorkomende uil in Nederland, herkenbaar aan zijn grote ronde kop zonder oorpluimen, zwarte ogen, en een gestreept verenkleed in grijs, bruin, of roodbruin, met witte vlekken op de vleugels. Ze zijn standvogels, blijven het hele jaar in hetzelfde gebied en passen zich aan in bossen, stadsparken en tuinen. Bosuilen zijn nachtactief, eten bijna alles, en staan bekend om hun huilende roep die vaak in griezelfilms wordt gebruikt.  

 

 

Kenmerken en leefomgeving

 

    • GrootteOngeveer zo groot als een kraai (37-43 cm), met een spanwijdte tot 100 cm. 
       
  • Kleuren: Variërend van grijs tot bruin en roodbruin. 
     
  • Ogen: Groot en zwart. 
     
  • Leefgebied: Bossen, parken, tuinen; ze broeden in boomholtes. 
     
  • Kenmerk: Ze kunnen hun kop bijna 270 graden draaien, omdat hun ogen niet kunnen bewegen. 
     

 

 

Gedrag en dieet

 

 

  • VoedingEet vrijwel alles wat te vangen is, inclusief andere kleine uilen. 
     
  • JachtZe horen muizen op de grond scharrelen, zelfs vanuit de lucht. 
     
  • RoepHet mannetje produceert het bekende, holle 'hoehoe' geluid, vaak gebruikt in films. 
     
  • NestelenLegt 2-4 eieren in februari/maart; kuikens verlaten het nest vroeg en 'takkelen' rond de boom. 
     

 

 

Interne functies

 

 

  • GehoorDe 'sluier' van veren rond de ogen versterkt geluiden tot wel 10 keer. 
     
  • OverlevenJonge kuikens moeten veel oefenen met hun kop draaien om geluiden te lokaliseren.