De nijlgau (Boselaphus tragocamelus) is de grootste antilope van Azië en heeft een aantal bijzondere eigenschappen en kenmerken.
Wat betekent de naam?
- Blauw rund: Het woord 'nilgai' komt uit het Hindi (nil betekent blauw en gai betekent rund). Dit verwijst naar de blauwgrijze vacht van de volwassen mannetjes.
- Vreemde wetenschappelijke naam: De Latijnse naam Boselaphus tragocamelus betekent letterlijk 'rund-hert' en 'bok-kameel', vanwege het vreemde uiterlijk dat aan meerdere dieren doet denken.
Uiterlijk en kenmerken
- Groot en krachtig: Mannetjes (stieren) wegen al snel tussen de 200 en 300 kilo, terwijl vrouwtjes (koeien) wat lichter zijn (ongeveer 120 kilo).
- Lange voorpoten: De voorpoten van een nijlgau zijn langer dan zijn achterpoten, waardoor de rug schuin naar achteren afloopt.
- Korte hoorns: Alleen de mannetjes dragen hoorns, en die zijn vrij kort (meestal rond de 15 tot 20 centimeter).
- Primitief: Biologen beschouwen de nijlgau als een zeer primitieve tak van de runderachtigen.
Leefomgeving en gedrag
- Herkomst: Ze komen oorspronkelijk uit de droge, lichte bossen en struikvlakten van India, Nepal en delen van Pakistan.
- Texas: Er is ooit een populatie uitgezet in Zuid-Texas (Verenigde Staten), waar ze in het wild rondlopen.
- Snelheid: Bij gevaar kunnen deze zware dieren snelheden bereiken tot wel 48 kilometer per uur.
- Heilige status: In India worden nijlgaus vaak met rust gelaten en beschermd door hindoes, al kunnen ze soms wel flinke schade veroorzaken aan landbouwgewassen