De gewone strandkrab (Carcinus maenas) is de meest algemene krabbensoort in de Nederlandse zoute wateren en staat bekend om zijn enorme aanpassingsvermogen en sluwe overlevingsstrategieën.
Uiterlijk en Lichaam
- Tienpotigen: De strandkrab hoort bij de tienpotigen. De voorste twee poten zijn veranderd in krachtige scharen die dienen als verdedigingswapen en als bestek.
- Zijwaarts lopen: Net als de meeste krabben loopt de strandkrab vrijwel altijd zijwaarts.
- Kleur en grootte: Het rugschild is maximaal 9 centimeter breed en meestal groenbruin van kleur, terwijl de onderzijde oranjegeel is.
- Man of vrouw: Je herkent het geslacht aan het achterlijf (abdomen). Een mannetje heeft een smalle, puntige driehoek (een 'vuurtoren') en een vrouwtje een brede, ronde vorm (een 'bijenkorf') om eitjes onder te dragen.
Leefwijze en Gedrag
- Alleseter: Strandkrabs zijn echte opruimers en omnivoren. Ze eten aas, dode dieren, wormen, schaaldieren en tweekleppigen.
- Nachtactief: Overdag graven ze zich vaak in in het zand of verstoppen ze zich tussen wieren en stenen; in het donker gaan ze actief op pad.
- Seizoensreis: In de zomer vind je ze volop op het wad en in ondiep water, maar in de koude wintermaanden trekken ze naar dieper water.
Groei en Voortplanting
- Vervellen: Om te kunnen groeien kruipt de krab uit zijn eigen harde pantser. In het eerste jaar gebeurt dit wel zeven tot acht keer. Na het vervellen is het nieuwe pantser zacht en extra kwetsbaar.
- Ledematen teruggroeien: Als een strandkrab een poot of schaar verliest bij een gevecht, groeit deze na een paar keer vervellen gewoon weer aan.
- Enorme eiproductie: Een vrouwtje kan tot wel 400.000 eitjes per keer leggen om de grote sterfte onder de vrije zwemlarven te compenseren