De sneeuwuil (Bubo scandiacus) is een grote, witte roofvogel uit de Arctische toendra, bekend om zijn gele ogen en jachtgedrag overdag. Vrouwtjes zijn gevlekt en groter, terwijl mannetjes witter zijn. Ze eten vooral lemmingen, kunnen hun nek 270 graden draaien en overleven in koude gebieden.
Hier zijn de belangrijkste weetjes over de sneeuwuil:
-
- Uiterlijk en Camouflage: Sneeuwuilen zijn hoofdzakelijk wit, wat dient als schutkleur in hun sneeuwrijke omgeving. Mannetjes zijn vaak spierwit, terwijl vrouwtjes meer zwarte vlekken hebben om niet op te vallen tijdens het broeden op de grond. Jonge sneeuwuilen zijn donkergrijs en gevlekt bij de geboorte.
- Jacht en Voeding: In tegenstelling tot veel andere uilen, zijn sneeuwuilen vooral overdag en in de schemering actief. Hun hoofdvoedsel bestaat uit lemmingen, maar ze eten ook andere knaagdieren, vogels en vissen.
- Aanpassingen aan de Kou: Ze hebben een zeer dichte verenset, zelfs op hun tenen, om warm te blijven. Ze kunnen wel een maand zonder voedsel door een grote vetreserve.
- Habitat en Gedrag: Ze leven op de boomloze toendra's van Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika. Ze nestelen in een ondiepe kuil op de grond.
- Grootte en Kenmerken: Ze worden ongeveer 55 tot 70 cm groot met een spanwijdte van 1,2 tot 1,6 meter. Ze wegen tussen de 1 en 2,9 kg.
- Zicht en Gehoor: Sneeuwuilen hebben een uitstekend gehoor en zicht. Omdat ze hun ogen niet kunnen bewegen, draaien ze hun hele kop, die tot 270 graden kan draaien.
- Voortplanting: De legselgrootte varieert van 3 tot 14 eieren, sterk afhankelijk van de hoeveelheid voedsel (lemmingen) beschikbaar in dat jaar.
- Leefomgeving: Ze worden soms als zwerfvogel gezien in Nederland, vaak als ze als "verstekeling" op schepen uit Canada zijn meegekomen.
- Status: De sneeuwuil is een kwetsbare soort.