De brandgans is een kleinere, zwart-witgekleurde gans, herkenbaar aan zijn witte wangen en zwarte hals, die in Nederland vooral in de winter te zien is en zich heeft gevestigd op graslanden en Waddeneilanden, waar hij met zijn korte snavel kort gras eet, maar oorspronkelijk broedt op rotsen in het hoge noorden. Hij is een sterke vogel die goed tegen kou kan en tam te krijgen is, waardoor hij een bekende verschijning is in kinderboerderijen, maar in het wild een beschermde soort blijft, hoewel populaties groeien en soms leiden tot landbouwschade. 

 

Kenmerken & Uiterlijk

  • Kleuren: Wit gezicht, zwarte hals en borst, grijsblauwe rug met zwart-witte banden, witte buik.
  • Grootte: Kleinere gans, 55-70 cm lang, met een spanwijdte van ongeveer 110-120 cm.
  • Snavel & Poten: Kort en zwart. 

 

Leefgebied & Gedrag

  • In Nederland: Vooral in de winter (oktober-april) in grote aantallen op graslanden, akkers en de Wadden.
  • Broeden: Oorspronkelijk op hoge, roofdier-veilige rotsen, maar in Nederland broedt hij ook op open weilanden en eilandjes.
  • Voedsel: Kort gras, plantendelen, knoppen, zaden en zeekraal.
  • Geluid: Blaffend 'kaw' geluid. 

 

Weetjes

  • Naam: De naam 'brandgans' komt mogelijk van de verkoold ogende hals, terwijl de Engelse naam ('barnacle goose') verwijst naar de mythe dat ze uit zeepokken kwamen.
  • Bikkels: Hij is een taaie vogel die goed bestand is tegen vrieskou.
  • Tam: Makkelijk tam te krijgen en een populaire sierwatervogel in gevangenschap.
  • Beschermd: Een beschermde inheemse vogelsoort in Nederland, geregeld onder de Europese Vogelrichtlijn.