De Zwartkopwever (Ploceus melanocephalus) is een Afrikaanse vogel die bekend staat om de felgele mannetjes met een zwarte "pet" en keel in het broedseizoen, terwijl de vrouwtjes en jongen groen-geel en onopvallend zijn; ze bouwen complexe, bolvormige nesten in grote kolonies, waarbij het mannetje er vele bouwt en verdedigt, maar de jongen niet verzorgt, en ze leven in vochtige gebieden met lang gras. 

Kenmerken:

  • Uiterlijk: Mannetjes in broedkleed zijn citroengeel met een zwarte kopkap die tot aan de nek reikt, met een zwarte keel en donkere vleugels met gele banden; vrouwtjes zijn onopvallend groen-geel.
  • Grootte: Ongeveer 14 cm lang, vergelijkbaar met een koolmees, met een sterke, kegelvormige snavel. 

Gedrag & Nestbouw:

  • Koloniebroeders: Ze leven in grote groepen en bouwen hun nesten in kolonies, soms wel honderd nesten aan één boom.
  • Ingewikkelde nesten: Het mannetje weeft complexe, bolvormige nesten van gras met een hangende buis als ingang, en bouwt er wel 50 per seizoen.
  • Nestkeuze: Vrouwtjes kiezen alleen een vers nest; ongewenste nesten worden afgebroken.
  • Verzorging: Mannetjes verdedigen hun nesten fel, maar verzorgen de jongen niet. 

Leefomgeving:

  • Habitat: Voorkeur voor vochtige gebieden met lang gras, nabij water.
  • Voedsel: Insecten, spinnetjes, zaden en fruit zoals bessen. 

Interessante feitjes:

  • Naamgeving: De naam verwijst naar de zwarte kop van het mannetje; vrouwtjes en jongen hebben een bruinachtige kop.
  • Ontsnapt: Hoewel van oorsprong Afrikaans, zijn er kleine, vrijlevende populaties in Portugal ontstaan uit ontsnapte kooivogels.