De zwarte ooievaar is een schuwe, bosbewonende neef van de witte ooievaar, te herkennen aan zijn zwarte verenkleed met metaalglans en witte buik, rode poten/snavel (adult), en het maken van miauwen/knorren in plaats van klepperen, met als favoriet voedsel vis, terwijl hij hoog in bomen nestelt en in Nederland voornamelijk een zeldzame trekvogel is, bekend om zijn lange trektochten naar Afrika en Azië. 

 

Kenmerken & gedrag

  • Uiterlijk: Zwarte kop, nek en vleugels (met paarse/groene gloed), witte buik, rode snavel en poten (adult). Jongen hebben grijsgroene snavel/poten.
  • Grootte: Ongeveer 90-105 cm lang, iets kleiner dan de witte ooievaar, met een spanwijdte van 173-205 cm.
  • Geluid: Maakt miauwen, knorren en gesis; kleppert zelden met de snavel, anders dan de witte ooievaar.
  • Leefgebied: Verborgen in oude bossen met open plekken, poelen en beekjes; nestelt hoog in bomen.
  • Voedsel: Eet graag vis en amfibieën.
  • Trek: Lange afstanden trekken naar Afrika en Zuid-Azië; in Nederland vooral in najaar waargenomen, soms in groepjes. 

 

In Nederland

  • Broeden: Broedt (nog) niet in Nederland, maar wel in België (Ardennen) en Duitsland.
  • Waarnemingen: Vooral jonge vogels in de nazomer/herfst op doortrek, in gebieden zoals de Peel, hoogvenen, agrarische gebieden en langs de kust. 

 

Nest en kuikens

  • Nest: Enorm nest van takken, kan wel 2 meter breed zijn.
  • Kuikens: Bij geboorte wit dons, met gele snavel (i.p.v. zwart bij witte ooievaar), wordt later rood.