De zwarte gier (ook wel Raafgier genoemd) is een slimme, sociale aaseter die in grote groepen leeft, zich goed aanpast aan de mens (vuilstorten, wegbermen) en voedsel vindt met zijn zicht, waarbij hij soms wordt geleid door kalkoengieren; hij heeft een kale kop voor hygiëne, eet aas en ook fruit/eieren, en kan voedsel bewaren in zijn krop om aan jongen te voeren, waarbij hij na regen zijn vleugels uitslaat om te drogen. 

Kenmerken & Gedrag

  • Uiterlijk: Zwart met een donkergrijze, geplooide kop en nek, zwakke poten (meer om te lopen dan te grijpen) en een korte staart.
  • Sociaal: Leeft in grote groepen (soms honderden) en is brutaal, jaagt vaak samen met kalkoengieren.
  • Voedsel: Eet kadavers (aas), maar ook fruit, noten, eieren, hagedissen en jonge vogels.
  • Hygiëne: Drijft na regen zijn vleugels uit om te drogen.
  • Aanpassing: Een cultuurvolger die profiteert van menselijke invloed, zoals bij vuilnisbelten en wegbermen. 

Voedsel Zoeken

  • Zicht: Vindt voedsel door te kijken, niet te ruiken.
  • Samenwerking: Laat zich leiden door kalkoengieren naar voedselbronnen.
  • Dominantie: Is brutaal en gaat voor andere aaseters bij karkassen, behalve voor de koningsgier. 

Broeden

  • Nestplaatsen: Broedt in holle bomen of rotsholtes.
  • Voeding jongen: Bewaart voedsel in de krop en braakt het op voor de jongen. 

Verspreiding

  • Komt voor in bossen, savannes, kustgebieden en stedelijke gebieden, vermijdt dichte regenwouden en berggebieden.
  • Het is een standvogel, maar in het noorden van zijn bereik kunnen ze migreren.