De kluut is een opvallende zwart-witte steltloper met een unieke, omhoog gekrulde snavel waarmee hij door ondiep water zeeft naar wormen en garnalen; hij broedt in kolonies in zout- en brakwatergebieden en dankt zijn naam aan zijn luidruchtige 'kluut-kluut' roep. Deze elegante vogel heeft lange, lichtblauwe poten en is een kenmerkende verschijning in de Nederlandse polders en aan de kust, waar hij in de zomer te vinden is, voordat hij in het najaar naar warmere oorden trekt.
Kenmerken
- Uiterlijk: Zwart-wit verenkleed, lange blauwgrijze poten en een opvallend opgewipte zwarte snavel.
- Grootte: Ongeveer 42-45 cm lang.
- Vlucht: Lange poten steken ver achter de staart uit; vleugels met contrasterende zwart-witte tekening.
Gedrag & Voedsel
- Foerageren: Zeeft met maaiende hoofdbewegingen door het water (ongeveer 10 cm diep) op zoek naar kleine kreeftjes, wormpjes, garnaaltjes en insectenlarven.
- Koloniebroeder: Broedt in groepen op zandige vlaktes, moerassige weilanden, vaak dichtbij water, met nesten laag bij de grond.
- Nestbescherming: Kan een gewonde vogel imiteren om indringers weg te lokken van zijn nest.
- Zang: Kenmerkende luide, fluitende roep: 'kluut-kluut'.
Leefgebied & Migratie
- Habitat: Voorkeur voor kustgebieden, kwelders, wadplaten en ook brakke polders.
- Trekvogel: Overwintert in Zuid-Europa en Noord-Afrika, komt in Nederland vooral in de zomer voor.
Interessant weetje
- De Duitse naam is 'Säbelschnäbler', wat 'sabelsnavel' betekent, verwijzend naar de vorm van zijn snavel.