De steenuil is de kleinste uil van Nederland, ongeveer zo groot als een merel, met gele ogen en een 'streng' uiterlijk door witte wenkbrauwen, die graag in agrarisch gebied met weilanden en oude boerderijen woont, jaagt op insecten en muizen en een gevarieerd landschap nodig heeft, maar het moeilijk heeft door modernere, 'strakkere' boerenerven. Ze nestelen in holtes van bomen, schuurtjes of nestkasten en zijn overdag actief, waarbij ze op palen zitten en hun 'strenger' kijkende kop bewegen.  

 

 

Uiterlijk & Gedrag

 

    • Grootte: Klein, zo'n 21-28 cm, met een gedrongen postuur. 
       
  • Kop: Plat, met felle gele ogen en opvallende witte 'wenkbrauwen' die fronsen lijken. 
     
  • Verenkleed: Bruingrijs met witte vlekjes en strepen. 
     
  • Houding: Gedrongen in rust, maar rekt zich uit bij waakzaamheid; wipt en buigt met de kop bij onraad. 
     
  • Vlucht: Golvend en laag, met korte, ronde vleugels. 
     

 

 

Leefgebied & Voedsel

 

 

  • Habitat: 
    Voorkeur voor landbouwgebieden met grasland, knotwilgen, fruitbomen en oude schuurtjes (vandaar de naam 'steen'uil). 
     
  • Voedsel: 
    Breed dieet: muizen, kevers, wormen, kikkers, rupsen, insecten, spinnen en af en toe een kleine vogel. 
     
  • Probleem: 
    Moderne, opgeruimde erven bieden te weinig voedsel en schuilplaatsen, wat de steenuil in de problemen brengt. 
     

 

 

Nest & Familie

 

 

  • Nestplek: Natuurlijke boomholtes, gebouwnissen of nestkasten.
  • Broedseizoen: Meestal april-mei, 3-5 eieren.
  • Jongen: Verlaten nest na een maand, maar zijn pas na 38-46 dagen vliegvlug en blijven nog verzorgd worden. 
     

 

 

Kenmerken

 

 

  • Onderscheid: Mannetje en vrouwtje zijn moeilijk te onderscheiden; de grootste is meestal het vrouwtje. 
     
  • Leeftijd: Worden gemiddeld niet heel oud (ca. 3 jaar), mede door verkeer en grotere roofvogels. 
     
  • Roep: Een scherp, afnemend 'WIEuw!' of een 'kèkèkèkèk' bij opwinding.