De ooievaar is een grote, zwart-witte vogel die bekend staat om zijn snavelklepperen, nestelt graag bij mensen op gebouwen, is monogaam en keert jaarlijks terug naar hetzelfde nest, en wordt gezien als geluksbrenger. Hij eet insecten, muizen en kikkers, staat vaak op één poot om zijn temperatuur te regelen, en is dankzij reddingsprogramma's weer terug in Nederland na bijna uitgestorven te zijn.
Kenmerken & Gedrag
-
- Grootte: Kan wel 2,5 meter spanwijdte hebben, met een hoogte van rond de meter.
- Geluid: Maakt geen zang, maar luid snavelklepperen om te communiceren, vooral bij het nest.
- Voedsel: Eet insecten, muizen, mollen, slakken; kikkers zijn niet het hoofdbestanddeel.
- Ruststand: Staat vaak op één poot om lichaamstemperatuur te reguleren.
- Sociaal: Gewend aan menselijke nabijheid en nestelt vaak op hoge structuren zoals schoorstenen.
Levenscyclus & Trek
- Nest: Bouwt grote nesten van takken, die ze vaak jaar na jaar gebruiken (monogamie).
- Eieren: Legt 2-5 witte eieren; beide ouders broeden om de beurt.
- Trek: Maakt gebruik van thermiek om naar Afrika te trekken; westelijke en oostelijke populaties hebben verschillende trekroutes.
- Jonge vogels: Hebben zwarte snavels en poten, die rood worden naarmate ze volwassen worden (rond juni/juli).
In Nederland
- Redding: Was bijna uitgestorven in de jaren '70, maar een reddingsprogramma van Vogelbescherming heeft de soort gered.
- Status: Komt nu weer algemeen voor en staat niet meer op de Rode Lijst.
- Zwarte ooievaar: Bestaat ook, maar is veel schuwer en wordt vaker alleen tijdens de trek gezien.