De kleine zilverreiger is een kleine, witte reiger met opvallend gele tenen, die druk foerageert in ondiep water, vaak rennend en springend achter visjes aan, en in Nederland steeds vaker voorkomt, met broedkolonies in de Delta en op de Wadden, waar hij in het broedseizoen sierveren ontwikkelt. Hij is kleiner dan de grote zilverreiger, heeft een zwarte snavel (geel in de broedtijd) en kenmerkt zich door zijn snelle, actieve jachtmethode.
Uiterlijke Kenmerken & Onderscheid:
- Grootte: Kleiner dan de grote zilverreiger (ongeveer 65 cm hoog).
- Poten: Zwart met felgele tenen (vandaar de bijnaam "lady with the golden slippers" in het Engels).
- Snavel: Overwegend zwart, in de broedtijd (zomer) geel en met twee lange sierveren op de kop.
- Vlucht: Snelle vleugelslagen, poten steken tijdens de vlucht recht achter de staart uit.
Gedrag & Leefgebied:
- Jacht: Zeer actief; rent en springt in ondiep water (sloten, moerassen, lagunes) op zoek naar kleine visjes, insecten, amfibieën en schaaldieren.
- Broeden: Koloniebroeder, bouwt nesten van takken in bomen langs ondiep water.
- Voorkomen in Nederland: Zeldzamer dan de grote zilverreiger, maar in opmars, met kerngebieden in Zeeland, de Wadden en de Oostvaardersplassen.
- Trekgedrag: Trekvogel, overwintert in Zuid-Europa, Noord-Afrika en zelfs verder zuidelijk in strenge winters.
Weetjes:
- Wordt in Engeland "The lady with the golden slippers" genoemd vanwege de gele tenen.
- Is beschermd onder Europese wetgeving.
- De soort herstelde zich sterk nadat zijn sierveren gewild waren voor hoedenmode.