De kerkuil is een nachtactieve, hartvormige uil met een iconische witte gezichtssluier en is een meester in het jagen op muizen, dankzij zijn extreem gevoelige, asymmetrische oren waarmee hij prooien in het donker kan lokaliseren. Hij schuilt graag in kerktorens en schuren (vandaar zijn naam) en communiceert met een ijzige roep in plaats van de oehoe-roep van andere uilen, en de vrouwtjes zijn vaak groter en zwaarder dan de mannetjes.  

 

 

Kenmerken

 

    • Gezicht: Hartvormige gezichtssluier met donkere ogen, geen oorpluimen. 
       
  • Grootte: Ongeveer 33-39 cm lang met een spanwijdte van bijna 1 meter. 
     
  • Gewicht: Vrouwtjes (ca. 350-400g) zijn zwaarder dan mannetjes (ca. 300g). 
     
  • Kleur: Licht, met bruine en grijze vlekken, wit aan de onderkant en rond het gezicht. 
     

 

 

Gedrag & Leefomgeving

 

 

  • Nachtdier: Jaagt 's nachts, rust overdag in schuren, kerktorens, boomholtes. 
     
  • Jacht: Gebruikt zijn superieure gehoor om muizen (98% van het dieet) te vinden, zelfs onder sneeuw of gras. 
     
  • Roep: Een spookachtig, hard gekrijs, geen oehoe. 
     
  • Voorkomen: Jaarrond aanwezig in cultuurland, maar aantallen fluctueren met muizenpopulaties. 
     

 

 

Broeden & Levensduur

 

 

  • Broedseizoen: Kan het hele jaar broeden. 
     
  • Eieren: 4-10 eieren per legsel, het vrouwtje broedt alleen en het mannetje jaagt. 
     
  • Levensduur: Gemiddeld 21 maanden in het wild, maar kan 20 jaar worden in gevangenschap. 
     

 

 

Interessante weetjes

 

 

  • Gevoeligste oren: 
    Kerkuilen hebben mogelijk de meest gevoelige oren van alle dieren en kunnen die met gevederde klepjes afsluiten bij te veel lawaai. 
     
  • Verdediging: 
    In het nauw gedreven, rolt hij zich op zijn rug en verdedigt zich met klauwen.