De kalkoengier (ook roodkopgier) is een behendige aaseter met een uitstekende reuk, die dankzij zijn kale, rode kop in karkassen kan duiken om te eten. Hij zweeft moeiteloos op warme lucht, weegt weinig voor zijn grootte, en verdedigt zich door te braken. Interessant is dat politie ze in de Alpen inzet om vermiste bergbeklimmers op te sporen. 

 

Kenmerken en Leefwijze

  • Uiterlijk: Zwart/bruin met een opvallende, kale rode kop en nek, vergelijkbaar met een kalkoen.
  • Vliegen: Zweeft graag met vleugels in een V-vorm, laag boven de grond, om kadavers te ruiken.
  • Dieet: Voornamelijk aas (dode dieren), maar eet ook fruit en insecten; zoekt vaak langs snelwegen.
  • Reukvermogen: Heeft een uitzonderlijk goed reukvermogen, wat zeldzaam is bij vogels, om aas te vinden. 

 

Bijzondere Weetjes

  • "Politiegier": In de Duitse Alpen worden kalkoengieren ingezet om met hun geur de locatie van overleden bergwandelaars te vinden.
  • Verdediging: Braakt halfverteerd voedsel uit om aanvallers af te schrikken.
  • Lichtgewicht: Weegt vaak niet veel meer dan een cavia, ondanks de grote spanwijdte.
  • Nestelen: Broedt in grote groepen met andere gieren en voedt jongen met opgeboerd voedsel. 

 

Aanpassingen

  • Kale kop: Voorkomt dat bloed en parasieten aan veren kleven bij het eten in karkassen.
  • Zwakke poten: Niet geschikt om prooi te vangen, maar ideaal om op te staan en te eten.